Standpunt - Hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie bij patiënten met borstkanker kan niet worden vergoed uit basispakket
Hoge dosis chemotherapie gevolgd door stamceltransplantatie is een combinatiebehandeling voor bepaalde patiënten met stadium 3 BRCA1-like borstkanker. De conclusie van Zorginstituut Nederland is dat dit geen effectieve zorg is voor patiënten. Daarmee kan hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie niet worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering.
Aanleiding standpunt: voorwaardelijke toelating behandeling hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie
Eerder onderzoek heeft laten zien dat hoge dosis chemotherapie gevolgd door een stamceltransplantatie bij bepaalde patiënten met borstkanker goed lijkt aan te slaan. Het gaat om patiënten tussen de 18 en 65 jaar met stadium 3, HER2-negatieve borstkanker met een homologe recombinatie tumor fenotype. De behandeling ziet er als volgt uit:
- De combinatiebehandeling van een hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie wordt gedaan voor de operatie.
- Hierna volgt een behandeling die ervoor zorgt dat de patiënt meer stamcellen aanmaakt. Deze stamcellen worden uit het bloed van de patiënt gehaald.
- Daarna volgen 2 kuren met hoge dosering chemotherapie.
- Vervolgens worden de lichaamseigen stamcellen teruggeplaatst.
Dit is een intensieve behandeling. De verwachting was dat deze behandeling leidt tot een kleinere kans op overlijden, zonder te veel bijwerkingen en met behoud van kwaliteit van leven. Daarom is deze behandeling voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. Alleen zorg die écht werkt, mag daarvan deel uitmaken. Zolang dat bewijs er niet is, kan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) besluiten om de zorg tijdelijk toch uit het basispakket te vergoeden. Dat heet ‘voorwaardelijke toelating (VT)’ en duurt een vastgestelde periode. In de tussentijd worden gegevens verzameld over de werking en de verhouding tussen kosten en gezondheidswinst voor patiënten. Het Zorginstituut gebruikt de resultaten van dat onderzoek om vóór het einde van voorwaardelijke toelating vast te stellen of de zorg definitief uit het basispakket vergoed mag worden.
Sinds 1 januari 2017 wordt de behandeling onder voorwaarden vergoed voor de genoemde groep patiënten. Het Zorginstituut heeft nu beoordeeld of deze zorg blijvend uit het basispakket mag worden vergoed.
Samenvatting van het standpunt
Het Zorginstituut concludeert dat de combinatiebehandeling van een hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie niet in het basispakket van de zorgverzekering hoort. De resultaten van deze studie laten grote twijfel zien over de meerwaarde van de nieuwe behandeling vergeleken met de standaardbehandeling. Het is zeer onzeker dat de nieuwe behandeling leidt tot minder kans op overlijden en een betere kwaliteit van leven.
We hebben onderzocht of deze nieuwe behandeling effectiever is dan de standaardbehandeling in Nederland. De standaardbehandeling voor patiënten met dit type borstkanker is eerst een behandeling met chemotherapie. Daarna worden ze geopereerd. Soms volgt na de operatie dan nog radiotherapie, chemotherapie of allebei. Voor beide behandelingen hebben we gekeken naar de kans op overlijden, de kwaliteit van leven en het aantal bijwerkingen. Onze beoordeling is voornamelijk gebaseerd op 1 studie, de zogeheten SUBITO-studie. In deze studie kreeg de ene helft van de patiënten de combinatiebehandeling van chemotherapie en stamceltransplantatie en de andere helft kreeg de standaardbehandeling, aangevuld met het geneesmiddel olaparib.
Gevolgde procedure
Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.
Een standpunt van het Zorginstituut geeft direct duidelijkheid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist hier verder niet meer over. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast.
Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit standpunt? Dan kunt u deze per e-mail stellen aan Steef Redeker via SRedeker@zinl.nl.